Hippocrates:

“Uw voeding is uw geneesmiddel,
uw geneesmiddel is uw voeding”
Terug.

Antioxidanten in de voeding: zin of onzin?

 

Lezing van Prof. Dr. A. Bast, Vakgroep Farmacologie en Toxicologie, Universiteit van Maastricht.

 

1ste NNG symposium, 18 nov. 2010, AMC, Amsterdam (Nederlands Nutriceutisch Genootschap)

 

Volgens Prof. Bast is bovenstaande vraag eenduidig te beantwoorden: antioxidanten in de voeding zijn
van eminent belang! Ze gaan oxidatie tegen en daarmee wordt bederf van voedsel tegengegaan. Een
appel wordt bruin zodra deze zijn eigen natuurlijke antioxidanten heeft opgebruikt. En vetten worden
ranzig. Als de hoeveelheid natuurlijke antioxidanten in de voeding ontoereikend is voegen we zelfs (synthetische)  antioxidanten in de vorm van conserveermiddelen toe.

 

Totale oxidatie in de cel voorkomen?

 

Als poging om tot volledige remming van oxidatie te komen gebruikte men wel enkelvoudige antioxidanten zoals vitamine E, C en bètacaroteen in hoge doseringen. Zij zouden tegen allerlei oxidantgemedieerde ziekten moeten beschermen door de oxidatie volledig te blokkeren. Evenwel bleek dit minder eenvoudig dan aanvankelijk werd aangenomen. En dat is ook wel logisch gezien het feit dat allerlei fysiologische processen juist afhankelijk zijn van oxidanten zoals radicalen. Zo zijn NADPH-oxidases (nicotinamide-adenine-nucleotide-fosfaat) op fagocyterende cellen bij de afweer betrokken. In gladde spieren (o.a. bloedvaten) spelen oxidanten een regulerende rol. Bij de afbraak van xenobiotica worden oxidanten gebruikt. Verder spelen radicalen een cruciale rol in cellulaire signaaltransmissie. Het willekeurig aspecifiek afvangen van deze oxidanten kan dus nadelig uitpakken. Antioxidanten (zowel enzymatische als niet-enzymatische) bieden een netwerk van bescherming. Ze beschermen in samenspel met elkaar. Een enkelvoudige, hoog gedoseerde antioxidatieve component kan

dit netwerk verstoren.

 

Hoge radicaalvorming en ouderdomsziekten

Verschillende ouderdomsziekten zijn zeer duidelijk geassocieerd met een te hoge radicaalvorming. Bescherming met antioxidanten is dan gewenst. Het wordt steeds duidelijker dat fysiologische bescherming door antioxidanten niet alleen afhankelijk is van de directe antioxidatieve eigenschappen. Veel antioxidanten vertonen een sterke anti-inflammatoire activiteit. Juist in chronische ziekten speelt een ontstekingscomponent vaak een rol. Remming hiervan kan een gunstig effect opleveren. Deze remming moet dan niet geschieden door een enkele antioxidant hoog te doseren, maar vooral gebruik te maken van een complex van antioxidanten waarbij verstoring van het evenwicht in het netwerk wordt voorkomen. In onderzoek moet de nadruk komen te liggen op het begrijpen van de moleculaire werking van antioxidanten, waardoor de toepassing ervan in de voeding kan worden geoptimaliseerd.

 

 

 

OrthoActueel.nl

 

Onderstaande literatuursamenvatting mag niet worden gezien als reclame voor producten.
Het dient louter ter informatie over de invloed van voeding(sstoffen) op de gezondheid. Lees ook de disclaimer.