Hippocrates:

“Uw voeding is uw geneesmiddel,
uw geneesmiddel is uw voeding”
Terug.
Onderstaande literatuursamenvatting mag niet worden gezien als reclame voor producten.
Het dient louter ter informatie over de invloed van voeding(sstoffen) op de gezondheid. Lees ook de disclaimer.

OrthoActueel.nl

 

VISOLIE – Wat zijn de verschillen?  

Oxidatie

Het is inmiddels bekend dat visolie in sommige gevallen ranzig (geoxideerd) kan zijn. Dit kan gevolgen hebben voor de verdraagzaamheid (oprispingen). Maar ook onze gezondheid is niet gebaat bij geoxideerde vetzuren.

Aan de oxidatie kunnen diverse redenen ten grondslag liggen. De productie, de opslag en de soms te lange houdbaarheidstermijn.
Zoals alle meervoudig onverzadigde vetzuren staan ook EPA en DHA bloot aan het risico van oxidatie. In de meeste gevallen wordt er vitamine E toegevoegd als antioxidant en dat is zeker geen overbodige luxe. Als de visolie evenwel onder minder gunstige omstandigheden wordt opgeslagen en de houdbaarheidstermijn langer

is dan eigenlijk verantwoord, kan ook vitamine E de oxidatie op termijn niet voorkomen.   

Hygiëne

De “Global Organisation for EPA and DHA” (GOED) waarschuwde in juli 2007 dat lang niet alle leveranciers zich voldoende inspannen om de hygiëneaanpassingen beschreven in de EU-richtlijn (EC)854/2004 te volgen. De motivatie om zich aan deze richtlijn te conformeren is niet zo groot  omdat een groot deel van hen zich buiten de EU bevindt.

Adam Ismail, uitvoerend directeur van GOED:

“De realiteit is dat veel ruwe visolie uit landen komt als Peru, Chili en Marokko. Een beperkte hoeveelheid van deze productie is bestemd voor humaan gebruik en daarvan komt een deel naar Europa”

“Hierdoor is er een weinig animo bij producenten van ruwe visolie om infrastructurele verbeteringen aan te brengen om aan de EU-richtlijnen tegemoet te komen. Vooral omdat deze veranderingen geen meetbare kwaliteitsverschillen opleveren voor het geraffineerde product zoals het uiteindelijk wordt verkocht aan de consument”, aldus Adam Ismail.

GOED dringt er op aan dat de huidige hygiënestandaard voor de productie van ruwe visolie gelijk dient te zijn aan de reeds in de EU aanvaarde condities voor de productie van gelatine.

De hygiëneregels zijn vastgelegd in de EU-richtlijn (EC)854/2004 aangaande specifieke aanbevelingen voor het opzetten van officiële controles van producten van dierlijke oorsprong, bedoeld voor humaan gebruik.

In deze richtlijn wordt er bij de bedrijven op aangedrongen om gedegen gezondheidscontroles uit te voeren

met het doel besmetting van vis(producten) met parasieten en andere schadelijke stoffen te voorkomen.

Bron: Food Quality News.com – juli 2007

Natuurlije visolie versus “getruukte”

Van nature bevinden omega-3 (n-3) vetzuren zich in de triglyceridevorm. Dit is de vorm die wij als mens kun-

nen verwerken. Maar om het standaardpercentage van ca. 30% EPA/DHA op te hogen zal men de trukendoos moeten hanteren. Door de visolie te veresteren (verzepen) wordt het mogelijk het percentage n-3 vetzuren in de visolie te verhogen. Hiertoe verwijdert men de glycerolketen van het triglyceride (TG). Daarna wordt het “gestripte” TG met ethanol veresterd met een ethylgroep om zo een hogere concentratie n-3 vetzuren te krijgen. De visolie wordt bij dit proces verhit tot 350 en hoger.

Deze ethylesters (EE) lijken mooi vanwege hun hoge percentage n-3 vetzuren, maar heeft ons lichaam er ook wat aan?

Daar is nogal wat discussie over. Er wordt aangenomen dat de biologische beschikbaarheid van EE duidelijk minder is dan van de TG-vorm. Een studie van Beckermann et al (Arzneimittelforschung in 1990) wijst hier wel op. Zie ook samenvatting op PubMed.

 

Dit zou dan de voordelen van het hogere percentage n-3 vetzuren teniet doen. Bovendien zal ons lichaam in

de lever de ethylesters weer moeten omzetten in triglyceriden of vrije vetzuren om er effectief gebruik van te kunnen maken. Wellicht is dit de verklaring dat diverse visolieproducten er op het oog goed uit zien, een hoog gehalte aan EPA/DHA hebben en toch niet de gewenste resultaten opleveren. Bij het testen met EAV, Vega-

test e.d. ervaart men ook wel dat deze ethylesters veel minder goed testen dan de natuurlijke onbewerkte

vorm van visolie. *)

Mogelijk dat een enkele producent de moeite neemt om de EE-vorm weer terug te brengen in de TG-vorm.

Dat verbetert het product, maar dat zal ook wel terug te vinden zijn in aanzienlijk hogere kosten. Het voor-

deel van een hoger  n-3-vetzurengehalte wordt daarmee geminimaliseerd.
Er wordt momenteel gesuggereerd dat deze vetzuuresters in Zweden en Denemarken niet meer zijn toege-

staan. Voor zover wij hebben kunnen nagaan is dat niet juist. Maar het feit dat dit soort berichten de ronde doen geeft wel aan dat men zich zorgen maakt over de veiligheid en effectiviteit van ethylesters voor hu-

maan gebruik.

Hoe dan ook zijn wij van mening dat een mooi natuurlijk product geen onnodige en modificerende bewerkingen zou moeten ondergaan.