Hippocrates:

“Uw voeding is uw geneesmiddel,
uw geneesmiddel is uw voeding”
Terug.
Onderstaande literatuursamenvatting mag niet worden gezien als reclame voor producten.
Het dient louter ter informatie over de invloed van voeding(sstoffen) op de gezondheid. Lees ook de disclaimer.

OrthoActueel.nl

 

Zijn pidolaten, citraten e.d. nu echt zo effectief?

 

Er zijn heel veel factoren die bepalend zijn voor de opname van een mineraal.

Een er van is de soort verbinding. Nu is het zo dat alle door de EU toegelaten verbindingen voldoende effectief zijn om te mogen worden gebruikt als supplement. Niet werkzame (niet opneembare) verbindingen hebben simpelweg geen toelating gekregen.

Dus we kunnen stellen dat alle toegestane mineraalvormen voldoende opneembaar zijn.

Er zullen ongetwijfeld verschillen zijn in de mate van biologische beschikbaarheid. Deels vanwege het soort verbinding, maar er zijn nogal wat andere factoren die (mede) de biologische beschikbaarheid in de praktijk bepalen:

 

  · De toedieningsvorm (tablet, capsule, vloeibaar).

· Bij een tablet is de desintegratietijd van belang: hoe snel lost deze op?

  Een hard geslagen tablet zal daar langer over doen dan een zacht geslagen soort.

· De pH van de maag. Hoe lager de pH (zuur) hoe beter een mineraal oplost.

· Innamemoment. Wordt het supplement ingenomen tijdens, voor of na de maaltijd? Of op een nuchtere maag?

  En met welke vloeistof? Melk en thee b.v. remmen de opname van de meeste mineralen. Vruchtensap verhoogt de opname.

· Is er sprake van medicatie zoals middelen tegen brandend maagzuur of middelen die de maagzuurproductie remmen?

· De passagesnelheid in de maag kan van invloed zijn - als er een snelle maaglediging is, is de tijd om een tablet op te los-

 sen beperkt. Ook de passagesnelheid in de darm kan een rol spelen.

· De opnamecapaciteit van de darm kan per individu sterk wisselen (denk aan coeliaki, ziekte van Crohn e.d.).
 

Met bovenstaande factoren in gedachte is het eigenlijk onmogelijk om een concreet percentage aan te geven van de opname van een bepaalde mineraalverbinding.

 

Nominaal versus procentueel

 

De hoeveelheid elementair mineraal dat uiteindelijk in het lichaam komt is niet alleen gerelateerd aan het opnamepercentage, maar ook aan de totale nominale hoeveelheid.

Het is belangrijk te weten hoeveel elementair mineraal in een verbinding zit. Als dat weinig is, maar de biologische beschikbaar-heid is hoog, dan is de nominale opname nog steeds weinig.

In de volgende tabel een aantal voorbeelden van calcium- en magnesiumverbindingen:

 

In deze tabel is te zien dat b.v. een calciumcitraat maar 7% calcium bevat per gewichtseenheid. Calciumcarbonaat bevat bijna 40%.

 

Een tablet kan maar een maximaal volume hebben om nog slikbaar te zijn. Voor veel mensen zijn tabletten van enig formaat moeilijk slikbaar.

Men is dus beperkt qua grootte.

Om toch een redelijke hoeveelheid mineraal in een tablet te krijgen wordt deze in min of meerdere mate samengeperst (hard of minder hard geslagen).

 

Een rekenvoorbeeld

 

Stel dat in een tablet ruimte is voor 1500 mg materiaal. Stel dat hiervan 200 mg nodig is voor de hulp- en vulstoffen. Dan blijft er een capaciteit van 1300 mg over voor het actieve ingrediënt.

Bij gebruik van 1300 mg calcium-pidolaat levert dat 178 mg elementair calcium op (13,7%). Stel dat er een opnamepercentage van 90% is, dan komen we op een nominale opgenomen hoeveelheid calcium van 160 mg. 1300 mg calciumcarbonaat levert 516 mg aan totaal elementair calcium (39,7%). Stel dat de opname daarvan “slechts” op 60% wordt gesteld, dan is de hoeveelheid opgenomen elementair calcium 309 mg. Aanzienlijk meer dan bij een pidolaat of citraat. En meestal ook nog aanzienlijk goedkoper.

 

Conclusie

 

Bij hard geslagen tabletten komt de opname al gauw in het geding omdat het oplossen ervan lang niet altijd goed gaat. Er zijn gevallen bekend waar tabletten onveranderd in de ontlasting zijn aangetroffen… En juist mineraalverbindingen die veel ruimte innemen worden vaak als tablet aangeboden. Een capsule, zeker bij weinig maagzuur, verdient de voorkeur.

 

Overigens is het zo dat het lichaam op biochemisch niveau niet met mineraalverbindingen werkt maar met ionen, zoals

Ca2+ en Mg2+.